Enschede, 8 mei. De weduwen van de vier brandweermannen die 13 mei 2000 om het leven kwamen bij de vuurwerkramp in Enschede, vinden dat ze er financieel „bekaaid” vanaf zijn gekomen.
Dat zegt letselschade-expert Yme Drost uit Hengelo. Hij zoekt uit of hij alsnog een betere compensatie kan bereiken voor de weduwen.
De vier vrouwen hebben, naast de gebruikelijke uitkering, enkele jaren geleden eenmalig ieder ongeveer 30.000 euro ontvangen, via de werkgever van hun echtgenoten, de gemeente Enschede. „Een fooi”, aldus Drost. „Daar moest ook nog de belasting af.” Die fiscale afdracht had voorkomen kunnen worden, aldus de letselschade-expert, als de vergoeding onder de noemer ‘verlies van verdienvermogen’ was uitgekeerd. Dat is niet gebeurd. „Deze vrouwen hebben een raadsman gehad die het buitengewoon knullig heeft aangepakt.”
Brandweercommandant Stephan Wevers van Enschede is verbaasd over de onvrede bij de weduwen. „Ik wist dat niet.” Volgens hem ontvangen zij een uitkering die gebruikelijk is als brandweermannen tijdens hun werk overlijden. Omdat de regels in de jaren na de ramp zijn veranderd, en de uitkering voor nieuwe gevallen hoger is, is enkele jaren geleden eenmalig bij wijze van „coulance” een bedrag van 30.000 euro uitgekeerd. Dat is gebeurd op basis van onderzoek door adviesbureau Deloitte, meldt Wevers. „Dat oordeelde dat de vergoeding ruimhartig en goed was. Maar geld vergoedt natuurlijk nooit wat er is gebeurd.”
Donderdag is het tien jaar geleden dat in Enschede de vuurwerkopslag van SE Fireworks de lucht inging. Afgelopen week kwam een schoonzuster van ex-directeur Willy Pater met een nieuwe verklaring over de gebeurtenissen rond 13 mei. De vrouw verklaarde dat Pater en een klusjesman hadden afgesproken om zaterdag 13 mei 2000 op het bedrijf aan het werk te gaan, de dag van de vuurwerkramp.
Pater heeft gisteren bij het Openbaar Ministerie zijn schoonzuster aangegeven wegens smaad en laster.
Bron: NRC Handelsblad